In deze tijd van het jaar vallen niet alleen de bladeren, maar soms ook complete boomtakken naar beneden. Recent heeft de rechter op een rijtje gezet hoe het met vallend hout is gesteld. Altijd goed om te weten tijdens een wandeling in het mooie bos in herfstkleuren.
In deze zaak wordt de gemeente aansprakelijk gesteld door de eigenaar van een geparkeerde auto die wordt geraakt door een vallende tak uit een beuk. De eigenaar had al eerder bij de gemeente geklaagd over vallende bladeren en kleverig spul op zijn auto. De eigenaar van de auto heeft een deskundige onderzoek laten doen naar de beuk en naar de oorzaak voor het afbreken van de tak. De deskundige stelt vast dat er sprake was van een zogenaamde ‘plakoksel’. Een verschijnsel dat kan optreden bij het dikker worden van de boom en de boomtak, waarbij de bast niet voldoende meegroeit zodat er water kan komen tussen de bast en de plaats waar de tak aan de boom zit. Door verrotting kan de tak dan uitbreken en vallen. Volgens de deskundige was bij deze boom de ‘plakoksel’ voldoende zichtbaar vanaf de grond en de gemeente had dit tijdens de periodieke boomveiligheidscontrole moeten zien. Conclusie van de deskundige van de eigenaar van de auto; de gemeente is aansprakelijk.
Ook de gemeente laat onderzoek doen door een deskundige die (u raadt het al) vaststelt dat de gemeente niets te verwijten valt omdat de ‘plakoksel’ tijdens een controle niet had kunnen worden opgemerkt.
De rechter oordeelt dat voor de aansprakelijkheid van overheden voor bomen een zekere drempel is opgeworpen. Dit heeft met name te maken met de grote hoeveelheden bomen waar overheden voor moeten zorgen, de financiële implicaties die dit heeft en het feit dat bomen over het algemeen als iets waardevols en belangrijks worden gezien voor de gezondheid en het welzijn van mens, fauna en (andere) flora. Concreet betekent dit dat in beginsel niet van gemeenten wordt verwacht dat zij iedere boom minutieus van boven tot onder en van binnen en van buiten onderzoeken of dat zij bij het te verwachten minste of geringste risico alle denkbare maatregelen moeten treffen. Dit geldt ook voor bomen in de bebouwde kom of langs de rijbaan.
Aanhakend op het te verwachten risico van een ‘plakoksel’, neemt de rechtbank aan dat niet iedere plakoksel automatisch tot een breuk leidt en dat dus altijd maatregelen moeten worden getroffen. De rechtbank wijst in de eerste plaats naar het rapport van de deskundige van de eigenaar van de auto en in de tweede plaats naar het zogenaamde plakoksel-arrest. Weliswaar heeft de deskundige geschreven dat plakoksels altijd uitbreken, maar even verderop in zijn rapport schrijft hij echter: “Het is erg moeilijk om een inschatting te maken in hoeverre of wanneer een plakoksel een risico oplevert.” Gezien de uitlating van de deskundige en het plakoksel-arrest, maakt deze (schijnbare) tegenstrijdigheid in het rapport van de deskundige dat de rechtbank de eigenaar van de auto niet kan volgen in haar stelling dat iedere plakoksel sowieso zou zijn uitgebroken dan wel per definitie een risico zou vormen.
Concreet toegespitst op de boom gaven eerdere inspecties en onderhoudswerkzaamheden geen aanleiding om nader onderzoek te doen. Tussen partijen staat vast dat de conditie van de boom goed was, dat ter plaatse van de tak van (noemenswaardige) rot geen sprake was en dat de onderhoudstoestand aanvaardbaar was. Daar komt bij dat het opvoeren van de controlefrequentie van de standaard 1x in de drie jaar naar 1x per jaar het ongeval – gezien het moment van de controle en het moment van het afbreken – niet had kunnen voorkomen dat de breuk zich voordeed.
Evenmin oordeelt de rechtbank dat de eerdere berichten van de eigenaar van de auto aan de gemeente m.b.t. overlast door de boom een aanleiding hadden moeten zijn om de controle op de gezondheidstoestand van de boom in zijn algemeen en plakoksels in het bijzonder op te voeren. Met de gemeente is de rechtbank van oordeel dat de klachten van de eigenaar van de auto met name zagen op de kleverige afscheiding van de boom en het ander (klein) materiaal dat van de boom afkwam, waardoor de eigenaar zich geconfronteerd zag met een vieze auto. De eigenaar heeft zich niet beklaagd over het risico op schade ten gevolge van het afbreken van zware takken of het omvallen van de boom. De rechter wijst de vordering van de eigenaar van de auto af.


